Oktober 2021
1 Omschrijving
Een optie is een financieel contract dat u het recht geeft om op of vóór een vastgelegde datum (de expiratiedatum) een onderliggende waarde,bijvoorbeeld een aandeel, index of valuta,te verhandelen tegen een vooraf afgesproken prijs (de uitoefenprijs).
Alle opties die betrekking hebben op één onderliggende waarde, vormen samen een optieklasse.
Er zijn twee soorten rechten beschikbaar op de beurs: kooprechten - ‘callopties’ - en verkooprechten, ‘putopties’ genoemd.
Met een gekochte calloptie mag u een bepaald aandeel gedurende een bepaalde tijd voor een bepaald bedrag kopen. Voor dit recht betaalt u de zogenaamde callpremie.
De waarde van deze callpremie beweegt mee met de ontwikkeling van de onderliggende waarde zelf. Stijgt de onderliggende waarde zoals een aandeel in waarde, dan stijgt de waarde van de callpremie doorgaans ook. Andersom is ook waar. Daalt de onderliggende waarde in koers, dan daalt de waarde van de callpremie veelal.
Aan de andere kant geeft een gekochte putoptie juist het recht om een bepaalde onderliggende waarde te mogen verkopen. Ook voor een putoptie betaalt u premie. De waarde van deze putpremie beweegt tegenovergesteld van de ontwikkeling van het aandeel zelf. Daalt het aandeel, dan stijgt de waarde van de putpremie doorgaans. Om die reden wordt een putoptie ook wel een ‘verzekeringspremie voor aandelen’ genoemd. Andersom is ook waar. Stijgt de onderliggende waarde in koers, dan daalt de waarde van de putpremie veelal.
Een optiecontract heeft altijd twee partijen: een koper die de optiepremie betaalt en een verkoper - ook wel schrijver genoemd – die de optiepremie ontvangt.
Anders gezegd, de koper is degene die optie verwerft en de premie betaalt aan de schrijver. In ruil voor de ontvangen premie verleent de schrijver op zijn beurt het recht aan de koper.
In het geval van een calloptie verplicht de schrijver zich om de aandelen te leveren aan de koper van de call (hij of zij heeft immers een kooprecht). In het kort heeft de schrijver van de calloptie dus een ‘leveringsplicht.’
Bij een putoptie verplicht de schrijver zich om de aandelen af te nemen van de koper van de put (hij of zij heeft immers een verkooprecht), ofwel: de schrijver van een putoptie heeft een afnameplicht.
2 Belangrijk om te weten: het optiecontract en standaardisatie
De opties die op de derivatenmarkt worden verhandeld, voldoen aan een aantal standaardvoorwaarden. De standaardisatie heeft betrekking op de contractgrootte, de looptijd, de afloopdatum (expiratiedatum) en de uitoefenprijs.
Deze gegevens zijn onderdeel van de contractspecificaties. De koers van de optie, de premie, is het enige variabele element en wordt genoteerd per eenheid van de onderliggende waarde (de contractgrootte).
Contractgrootte en uitoefenprijs
De contractgrootte is de hoeveelheid van de onderliggende waarde waarop één optie betrekking heeft. In het geval van aandelen is dat meestal 100 stuks.
De looptijd van een optie is de maximale termijn waarbinnen de optie een recht vertegenwoordigt. Na de expiratie heeft de optie geen waarde meer. Er worden opties verhandeld met looptijden die variëren van één dag tot vijf jaar.
De uitoefenprijs is de prijs waartegen de houder van de optie de onderliggende waarde bij uitoefening van de optie mag kopen of verkopen; de uitoefenprijs wordt genoteerd per eenheid van de onderliggende waarde.
Handel, expiratie en uitgifte nieuwe optieseries
De snelheid waarmee u kunt kopen of verkopen, hangt af van de vraag en het aanbod en het volume dat verhandeld wordt. Hoe groter het verhandelde volume, hoe meer liquide een optie is. Een hoge liquiditeit vergroot de kans dat een optie snel en tegen marktwaarde gesloten kan worden. Naarmate de liquiditeit afneemt, geldt doorgaans het omgekeerde.
De laatste handelsdag (expiratiedatum) van een optie is de laatste dag waarop handel in aflopende optieseries mogelijk is.
Voor dagopties is dit op de betreffende dag, voor weekopties is dit elke vrijdag, voor andere opties is dit de derde vrijdag van de afloopmaand (behalve als deze vrijdag geen handelsdag is). In dat geval verschuift de laatste handelsdag naar de handelsdag voorafgaande aan deze derde vrijdag.
Als de betreffende derivatenbeurs opties met een nieuwe afloopmaand aankondigt, wordt een beperkt aantal series in notering genomen met verschillende uitoefenprijzen. Deze uitoefenprijzen liggen rond de koers van de onderliggende waarde. Het interval tussen de uitoefenprijzen wordt door de beurs per optieklasse vastgesteld.
Onder normale omstandigheden zal een optieserie die eenmaal door de beurs is genoteerd verhandelbaar blijven tot de afloopdatum. De beurs kan openingstransacties in deze series wel verbieden of beperken.
Amerikaanse of Europese stijl opties
Er bestaan twee verschillende stijlen van opties: de Amerikaanse en de Europese stijl.
Bij een optie Amerikaanse stijl kan de koper op ieder moment gedurende de looptijd zijn optie uitoefenen, behalve op expiratiedag.
Bij een optie Europese stijl is het alleen mogelijk de optie uit te oefenen op de afloopdatum. Hiervoor hoeft geen opdracht te worden gegeven: opties Europese stijl worden automatisch uitgeoefend.
Uiteraard kunnen openstaande posities wel tussentijds worden gesloten.
Doorgaans kennen indexopties de Europese stijl en aandelenopties de Amerikaanse stijl.
De uitoefening van opties
Afwikkeling bij uitoefening is mogelijk op twee verschillende manieren: door fysieke levering, zoals bij aandelenopties, of door cash settlement, zoals bij indexopties en valutaopties.
Cash settlement vindt plaats op basis van de uitoefenprijs en de afrekenwaarde, die ook wel settlementprijs wordt genoemd.
In het geval van contante verrekening ontvangt de koper van een call bij expiratie het verschil tussen de uitoefenprijs en de settlementprijs, maar alleen als de uitoefenprijs de laagste van de twee is.
De koper van een put ontvangt het verschil tussen de uitoefenprijs en de settlementprijs,maar alleen in het geval de uitoefenprijs de hoogste van de twee is.
Op de website van de betreffende derivatenbeurs wordt dit per optieklasse gespecificeerd, evenals de manier waarop de afrekenwaarde berekend wordt.
Bij uitoefening van een gekochte optie Amerikaanse stijl krijgt u bij een calloptie de onderliggende aandelen geleverd.
Bij het uitoefenen van een gekochte putoptie worden de aandelen uit uw portefeuille gelicht.
U kunt tot één dag voor expiratie uw positie uitoefenen.
Als een gekochte optie na expiratie meer dan 0,01 cent in-the-money is, dan wordt deze na expiratie door Saxo uitgeoefend.
In de laatste 1,5 uur van expiratie reserveert Saxo een (oplopende) expiratie margin om te bepalen of koper van de optie de onderliggende aandelen kan aanschaffen bij een calloptie of kan leveren bij een putoptie.
Als het margin verbruik op in die periode boven de 100% komt, sluit Saxo gelijk alle openstaande posities die expireren.
Premie
De premie, de waarde van een optie, komt tot stand door vraag en aanbod van partijen die aan de handel op de derivatenmarkt deelnemen.
Partijen baseren zich daarbij in het algemeen op de koers en beweeglijkheid van de onderliggende waarde (hoe groter de beweeglijkheid, hoe hoger de optiepremie), de resterende looptijd van de optie (hoe langer, hoe hoger de optiepremie) en van eventuele dividenden van de onderliggende aandelen.
Aanpassing
In geval van een fusie of overname, herkapitalisatie, splitsing, claimemissie of uitgifte van bonusaandelen kunnen optiecontracten door de derivatenbeurs worden aangepast.
De onderliggende waarde zelf kan worden vervangen, maar ook de handelseenheid, de uitoefenprijs, de hoeveelheid onderliggende waarde en het aantal opties kunnen worden gewijzigd.
In gevallen waarin de optienotering niet kan worden gehandhaafd (bijvoorbeeld als de onderliggende waarde niet langer leverbaar is) zal worden overgegaan tot cash settlement.
Als de handel in bepaalde opties tussentijds wordt beëindigd, worden deze opties gesloten tegen een door de derivatenbeurs op basis van de ‘fair value methode’ vastgestelde prijs.
Uitleg over de fair value methode is te vinden op de website van de betreffende derivatenbeurs.
In principe worden optiecontracten niet aangepast voor normale dividenden, ongeacht of deze worden uitgekeerd in contanten, als stockdividend of als keuzedividend.
3 Waarom handelen in opties? Mogelijke doelstellingen van de optiebelegger
Opties bieden een breed palet aan mogelijkheden om in te spelen op prijsbewegingen van een onderliggende waarde.
Als optiehandel past bij uw risicoprofiel, kunt u optiestrategieën toepassen die u kunnen helpen uw beleggingsdoelen te behalen.
Over het algemeen handelen beleggers in opties om invulling te geven aan een van de 3 onderstaande verwachtingen:
- Inspelen op een verwachte prijsontwikkeling van een onderliggende waarde (koerswinst behalen)
- Een bestaande positie of portefeuille afdekken (risico’s verlagen)
- Inkomsten genereren op een bestaande positie of portefeuille (premie schrijven)
Uiteraard zijn er nog andere doelstellingen, maar doorgaans willen beleggers met opties invulling aan een of meerdere van bovenstaande verwachtingen geven.
Inspelen op een verwachte prijsontwikkeling van een onderliggende waarde (koerswinst behalen)
De koper van een calloptie verwacht een stijging van de koers van de onderliggende waarde, de koper van een putoptie verwacht een daling van de onderliggende waarde.
Met een veel kleinere inleg – de premie – kan al worden geprofiteerd als verwachte koersontwikkelingen uitkomen.
Bij een stijging van de koers van de onderliggende waarde zal de koers van de calloptie doorgaans in absolute termen meestijgen, maar vanwege de kleinere investering procentueel zelfs sterker stijgen.
Bij een daling van de koers van de onderliggende waarde zal de koers van de putoptie doorgaans in absolute termen meestijgen, maar ook nu vanwege de kleinere investering procentueel zelfs sterker stijgen.
Kortom, beweegt de onderliggende waarde in de richting van de optiepositie, dan is het mogelijk om als belegger koerswinst op opties te behalen. Een voordeel is dat u dit doorgaans al met een kleine investering kunt realiseren.
Een bestaande positie of portefeuille afdekken
Een aandeelhouder kan het neerwaartse risico dat verbonden is aan dit bezit voor een bepaalde tijd (de looptijd) beperken tot een bepaald niveau (de uitoefenprijs) door een putoptie op het aandeel in kwestie te kopen.
Voor elke euro waarmee de waarde van het aandeel onder de uitoefenprijs van de gekochte putoptie zakt, stijgt de putoptie een euro aan waarde. Zo wordt het neerwaartse risico van de aandelenpositie gedurende de looptijd van de optie beperkt.
Op dezelfde manier kan een belegger met een aandelenportefeuille overwegen om een putoptie op een bredere aandelenindex, zoals de AEX of S&P 500, te kopen.
Als de beurs een algemene daling doormaakt, kan de putoptie op de aandelenindex voldoende winst genereren om de waardevermindering van de beleggersportefeuille geheel of gedeeltelijk te compenseren.
Kortom: maakt u zich zorgen over het risico van een aandeel of bredere portefeuille op een bepaalde termijn, maar wilt u niet verkopen? Dan kunt u met putopties het risico verlagen.
Inkomsten genereren
Een veelgebruikte strategie is het gedekt schrijven van callopties op een bestaande aandelenpositie.
Als de aandelenkoers op expiratie onder de uitoefenprijs van de verkochte calloptie noteert, verdient de belegger de volledige premie (na kosten) die hij heeft ontvangen van de koper van de optie(s).
Op dezelfde manier kan een belegger met een aandelenportefeuille overwegen om een calloptie op een bredere aandelenindex, zoals de AEX of S&P 500, te verkopen.
Als de beurs vervolgens blijft hangen, daalt of op expiratie niet boven het niveau van de uitoefenprijs van de verkochte calloptie noteert, dan verdient de belegger de volledige premie (na kosten) die hij heeft ontvangen van de schrijver van de optie.
Kortom: wilt u inkomsten genereren op bestaand individueel aandelenbezit of een bredere portefeuille? Dan kunt u hierop inspelen door callopties te verkopen.
4 Risico’s
Aan het handelen in opties zijn risico’s verbonden:
- Het maximale verlies bij een gekochte calloptie en gekochte putoptie is de geïnvesteerde premie.
- Bij een geschreven calloptie is het verlies theoretisch onbeperkt en bij een short put is het maximale verlies het verschil tussen de uitoefenprijs en nul minus de ontvangen optieprijs (premie).
- De koper van een gekochte optie lijdt op expiratie een verlies wanneer de optie out of the money is. Voor een call optie is dit het geval wanneer de koers van de onderliggende waarde onder de uitoefenprijs zakt en vice versa voor een gekochte putoptie. De schrijver van een optie lijdt potentieel verlies wanneer de optie in the money komt of expireert.
Vanwege de eventuele verliezen die u kunt lijden, zal Saxo een bepaald bedrag (margin) reserveren op uw effectenrekening die dient als zekerheid. Dit betekent overigens niet dat uw financiële risico’s zijn beperkt tot de omvang van die margin. Het is mogelijk dat de verliezen die uit uw posities voortvloeien de waarde van de door u verschafte margin overtreffen.
Als gekochte opties op het einde van de expiratiedag intrinsieke waarde hebben (vanaf 0,01 cent), worden deze automatisch uitgeoefend. Een gekochte call wordt in dat geval automatisch omgezet in aandelen. Een positie in de onderliggende aandelen kent een hoger risicoprofiel dan een gekochte call optie.
Een gekochte put zal leiden tot de lichting van de aandelen uit de portefeuille met mogelijk een shortpositie tot gevolg. Een shortpositie kent een hoger risicoprofiel dan een gekochte put. Bovendien zal deze shortpositie door Saxo gesloten worden op de eerstvolgende handelsdag.
5 Kosten
Aan het beleggen in opties zijn kosten verbonden. Deze hebben invloed op uw opbrengst.
Transactiekosten
Opties kunnen worden verhandeld op de beurs. Hiervoor moet een order worden verwerkt, doorgegeven, uitgevoerd en afgehandeld. U betaalt hiervoor transactiekosten aan Saxo. Meer informatie vindt u in het tarievenoverzicht.
6 Wist u dat...
...opties niet enkel worden gebruikt om opbrengsten te generen, maar ook om risico af te dekken
Naast het behalen van opbrengst worden opties ook gebruikt om een aandelenportefeuille te beschermen tegen koersdalingen of om een bepaalde aan- of verkoopkoers voor een bepaalde periode vast te leggen.
...u door een optie te kopen, kan profiteren van een hefboomwerking
De hefboom zorgt ervoor dat koersschommelingen van de onderliggende waarde worden versterkt.
...de waarde van een optie doorgaans stijgt, wanneer de volatiliteit van de onderliggende waarde toeneemt
Volatiliteit is de mate waarin de koers van een financieel instrument schommelt. Wanneer er sprake is van grote koersschommelingen, is het risico voor de schrijver groter en dus ook de winstkans voor de koper van de optie. Wanneer de volatiliteit van de onderliggende waarde tijdens de looptijd toeneemt, zal men op de secundaire markt doorgaans bereid zijn om meer te betalen voor de optie gekoppeld aan die onderliggende waarde. De waarde van de optie neemt toe.